Ik lees vaak meerdere boeken tegelijk. Niet om interessant te doen, maar puur omdat ik mijn nieuwsgierigheid niet kan bedwingen. En dat maakt van mij een ongeduldig lezer. Ik lees dan ook niet alle boeken uit waar ik aan begin. Mijn kritisch grens ligt bij ongeveer vijftig pagina’s, maar eigenlijk weet ik na de eerste paar bladzijden al genoeg. Heeft vooral met de stijl te maken. Ik ben niet van het doorbijten. Als de stijl mij niet aanspreekt, leg ik het boek weg. En meestal voorgoed. Dat is vast in veel gevallen onterecht, maar zo werkt dat nu eenmaal bij mij. Nu. Misschien dat er een moment komt dat ik wel bereid ben door te bijten.

Een van de boeken waar ik onlangs in ben begonnen is Het leven van een vrouw, van Guy de Maupassant. Een roman uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Aangeschaft in de Slegte, voor vijf euro. Deze ga ik uitlezen, wist ik bij het lezen van deze passage, op de eerste bladzijde:

De hele nacht hadden stortbuien tegen de ruiten en op de daken gekletterd. De laag hangende regenwolken die zich op de aarde ledigde en er pap van maakten, leken wel gebarsten en de grond was als gesmolten suiker. Windvlagen voerden een drukkende hitte met zich mee. Het geborrel van de overstromende goten klonk door de verlaten straten waar de huizen de nattigheid als sponzen opzogen en de muren van de zolder tot de kelder aan het zweten maakten.

 

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites