Gister rond etenstijd stond er een donkere jongeman aan de deur, van Surinaamse of Antilliaanse afkomst. Dat verwacht je hier niet, in mijn dorp komen geen donkere mensen, tenzij ze koerier zijn bij DHL. Er schoot me een anekdote van mijn moeder te binnen, over de keer dat ik voor het eerst in mijn leven een neger zag, in de supermarkt. Naar verluidt wees ik naar de man en riep ik heel hard: Aap! Ik was nog heel klein, kon net praten, en zag iets wat ik nog nooit had gezien, maar wat me kennelijk aan iets deed denken dat ik kon benoemen.

Van DHL was hij duidelijk niet; hij had gewone kleren aan en er stond geen busje achter hem op straat. Ik schrok dus een beetje toen ik opendeed en daar was ik me ook meteen van bewust en toen schrok ik daar weer van en schaamde ik me, en dat alles in mum van tijd. Daarna schaamde ik me nog meer; zijn vriendelijk oogopslag, maar vooral de lullige paraplu, met alle kleuren van de regenboog, bevestigde dat ik niets te vrezen had. En hoe hij daar stond, zijn hoofd in de nek alsof hij nog steeds bang was voor de regen.

Hij liet het bordje om zijn nek zien en zei: Ik ben van Greenpeace. Wij zijn tegen het kappen van bomen. Heel goed, zei ik en vroeg me af hoeveel succes hij hier in het dorp zou hebben. Zonder mijn dorpsbewoners te bestempelen als harteloos en racistisch, ze zullen niet massaal doneren aan een goed doel als Greenpeace, en zeker niet als de werver aan wie ze hun gegevens moeten toevertrouwen een donkere jongeman is die ze nog nooit hebben gezien. Ik vrees zelfs dat veel mensen hier niet eens de deur open doen, maar laat dat een aanname zijn, een vooroordeel.

Ik zei hem dat ik geen interesse had. Dat had niets te maken met hem of met het desbetreffende goede doel. Ik doe gewoon geen zaken aan de deur. Ik doe altijd braaf wat muntjes in de collectebus en koop elk jaar oliebollen of clubloten van kinderen van mijn voetbalclub, maar daar blijft het bij. Allemaal informatie die ik zo’n fondsenwerver natuurlijk niet verschuldigd ben, en zin in een praatje had ik niet.

Hij deed niet moeilijk over mijn afwijzing, knikte me toe en zei: een fijne avond verder. Ik wenste hem veel succes, weer overdreven vriendelijk, en toen verdween hij uit mijn leven.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites