Vanaf onze galerij keken mijn buren, mijn huisgenoot en ik uit op de flat aan de andere kant van het grasveldje. Een kleine, Thaise vrouw hing aan de spijlers van haar balkon, op de eerste verdieping. Haar benen bungelden een meter of twee, drie, boven de grond. We leunden op de balustrade en hielden onze adem in toen ze zich liet vallen, in het perkje landde en achterover kukelde. Maar ze stond meteen op en rende achter de flat langs, in tegenovergestelde richting van het trappenhuis. Een van mijn buren rende ernaartoe en later die nacht hoorden we dat ze haar veel oudere man onder bedreiging van een broodmes uit hun flat had gedwongen, de galerij op, helemaal naakt. Hij had een ruitje ingeslagen, geroepen dat het zo alleen maar meer pijn zou doen, waarop zij naar het balkon aan de achterkant was gevlucht.

Aan dat vrouwtje dacht ik gisteren op de parkeerplaats van het tuincentrum, onderweg naar de servicebalie om een cadeaubon te kopen. Ik passeerde een kleine Thaise vrouw die een grote kar voor haar uitduwde met daarin onder meer drie enorme zakken potaarde, van die zakken die zelfs veel mannen, zoals ik, een voor een moeten tillen. Eigenlijk wilde ik blijven staan om te bekijken hoe ze die zakken van de kar in de auto zou tillen, maar dan zou ik me verplicht voelen om te helpen en ik had nogal haast. Mijn fantasie ging er wel mee aan de loop en zo was ik bij het kopen van de cadeaubon nog gehaaster dan ik al was; ik hoopte toch nog iets van het tafereel te kunnen meepikken. Maar eenmaal buiten passeerde de vrouw mij met een lege kar, van haar gezicht was niet af te lezen dat ze net zware inspanningen had moeten verrichten.

Ik bleef even in mijn auto zitten om haar voorbij te zien rijden, om te zien wie er naast haar zat. Een halve minuut later reed ze voorbij, in een grote auto, maar de bijrijderstoel was leeg. Ik stelde me voor dat er thuis een dikke man op haar wachtte, naakt. Een man die vanuit zijn tuinstoel, zonder van zijn krant op te kijken, aanwijst waar zij de zakken moet neerleggen en haar begint uit te schelden als de derde zak helemaal openscheurt, omdat ze van vermoeidheid bijna omvalt, de scherpte punt van een tafel niet kan ontwijken. De zak loopt leeg als ballon en de aarde gutst langs haar benen op zijn dure tegels. Ze staat aan de grond genageld en haar voeten worden bedolven. De man smijt zijn krant op tafel, duwt zichzelf overeind uit de stoel en komt vloekend op haar af. Dan zegt hij iets wat haar wakker schudt, wat iets in haar hoofd doet knappen, en ze rent naar de schuur, pakt de schoffel die ze vanochtend nog vervloekte, die voor blaren op haar handen zorgde.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites