Eind van de middag kwam ik thuis van mijn werk, met onder mijn arm een tijdschrift. Binnen schemerde het, terwijl buiten de zon nog ruim boven de daken hing. Ik vond het wel prima zo en liet de rolgordijnen dicht, knipte het woonkamerlicht aan en dimde dat licht tot een stand waarbij het lekker lezen is. Het was stil in huis en ik besloot dat zo te houden, geen radio aan, zeker geen televisie. Ik legde het tijdschrift op de hoek van de lage tafel bij de bank, pakte van de eettafel het boek dat ik daarna wilde lezen, schoof de twee roti-wraps van de keurslager in de koelkast, schonk een glas limonade in, deed mijn schoenen uit en ging languit op de bank liggen. Ik sloeg het tijdschrift open naar het interview waar ik de afgelopen dagen veel goeds over had gehoord en voordat ik begon met lezen, luisterde ik of er geluiden waren die mij eventueel konden irriteren. Stoorzenders waarvan ik me moest voornemen ze te negeren; spelende kinderen, klussende buren, voetgangers die het nodig vinden om tussen de geparkeerde auto’s en ons woonkamerraam – ik heb geen voortuin – te lopen in plaats van over het straatje. Maar ik hoorde niets, alleen de doffe klap van een dichtslaande autodeur. Een halve minuut later nog een. Daar kon ik mee leven, mensen moeten nu eenmaal uit hun auto stappen.

Ik begon te lezen in het interview, waar ik snel in verdween. Soms keek ik van het tijdschrift weg om na te denken over wat de geïnterviewde zei. Klaar met het interview was het tijd voor The Simpsons. Een aflevering die ik al kende, maar dat maakte me niet uit. Het was weer een goede aflevering – die waarin Homer zijn auto op moet halen in New York. Na The Simpsons deed ik de wraps in de oven en begon ik te lezen in het boek waar ik vandaag een flinke hap uit wilde nemen. Dat lukte. Ik ging helemaal op in de prachtige handelingen – het vissen, het kappen en sprokkelen en drogen van hout – en voelde die voortdurende dreiging, hoewel het verhaal naar mijn zin soms wel wat te veel voortkabbelde. Maar precies op de juiste momenten gebeurde er iets, waardoor ik hongerig bleef en met lichte tegenzin opstond bij de ping vanuit de keuken.

De wraps uit de oven waren precies goed en ik at ze gehaast op, omdat ik door wilde lezen, maar ook omdat ik altijd bang ben dat eten uit de oven of magnetron snel koud wordt, zodat ik het nog een keer moet opwarmen en het dan minder lekker is. Ik liet bord en bestek naast me op tafel staan, totdat ik weer een reden zou hebben om naar de keuken te lopen en las verder in het boek. Rond pagina 100 was het tijd voor de allerlaatste, hele mooie, aflevering van Holland Sport en op het einde werd ik wat melancholisch, maar op twitter zei iemand dat het goed was zo, dat De Jong snel weer met een mooi programma komt, en daar kon ik me wel in vinden. De tweet troostte me.

In de reclame las ik op mijn iPhone een wat je noemt ‘evenwichtige’ recensie van Perfecte stilte, de nieuwste roman van Thomas Verbogt, en daarna keek ik naar Profiel, met als protagonist René van der Gijp. Hoewel ik ongeveer wist welke kant dat zou opgaan, zei hij toch dingen waar ik over ging nadenken, al waren het ook weer geen hele verrassende inzichten. Op twitter zei een dichter dat Gijp duidelijk een taoïst is en dankzij schrijver A.L. Snijders begrijp ik wat dat is, een taoïst. Na Profiel zapte ik wat langs de kanalen en tegen een uur of 11 kwam mijn vrouw thuis. Mijn stem sloeg over toen ik vroeg hoe haar avond was geweest, en ik had zin om met haar te praten, te vertellen over de mooie dingen die ik had gezien en gelezen, maar ik moest erg wennen aan het geluid van mijn eigen stem en zij had de hele avond al moeten praten.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites