Een meisje van een jaar of tien confronteerde haar vader met zijn gedrag tijdens een tenniswedstrijd. Ze had hem stiekem laten filmen en toen hij dat hoorde, kon hij er wel om lachen en ja hoor, hij wilde de beelden graag terugzien.

Hij keek naar zichzelf en hoorde hoe hij ‘mongol’ tegen zijn dochter riep en ‘blinde’ en weet ik wat nog meer. Steeds verder voorovergebogen keek hij naar zichzelf, hoe hij daar op de tribune zat, met z’n dikke pens, die oververhitte plofkop. Hij glimlachte heel ongemakkelijk en bleef maar wrijven in zijn gezicht, dat steeds roder werd. Je zag dat hij liever onder tafel wilde kruipen, je zag hem kleiner worden. De boodschap leek tot hem door te dringen. Toen hem om een reactie werd gevraagd, leek hij in eerste instantie ook door het stof te gaan, spijt te betuigen. Maar ineens haalde hij zijn schouders op, glimlachte dom en zei: Tja, maar weet je, ik heb nou eenmaal mijn hart op de tong. Ik ben een Amsterdammer hè, en die zegt waar het op staat.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites