Vader en zoon stonden aan dezelfde kant van de tafeltennistafel. Je hebt echt een héél goed balgevoel, zei de vader, een grote man in een polo met de kraag omhoog. En een prima reflex. Daar gaan we wat mee doen! De zoon kwam net met zijn hoofd boven het tafelblad uit. Hij keek omhoog en knikte, waarop de vader met grote stappen terugliep naar zijn kant van de tafel. Hij nam een serieuze serveerhouding aan – door de knieën, slagarm naar achter – en zette grote ogen op, stak het balletje met duim en wijsvinger in de lucht. Let op. Na een knikje van zijn zoon zei de vader: Komt-ie, en hij serveerde. De bal stuiterde half hoog op tafel en het jongetje verroerde zich niet, zijn armen hingen slap, het batje losjes in de rechterhand. Net toen het leek of het balletje over de zoon heen zou gaan, pakte hij ook met zijn vrije hand het batje vast en maakte een bovenhandse beweging. Raak. De vader moest zijn vrije arm uitstrekken om het balletje tegen te houden. Vangen lukte hem pas in tweede instantie, na een stuit op de grond. Heel goed, riep hij en ging weer klaarstaan. Nu deze beweging even proberen. Hij deed een forehand voor, wat leek op het met één hand leeggooien van een emmer. En alleen met deze hand oké? Met de wijsvinger van zijn linkerhand tikte hij in de palm van zijn rechter, die hij duidelijk liet zien. De zoon knikte en de vader zei: Komt-ie, en serveerde, nu iets meer naar rechts, naar de forehandkant. Weer reageerde zijn zoon op het laatste moment. Hij viel bijna opzij, zo ver helde hij naar rechts om de bal te kunnen slaan, bovenhands, met twee handen. Hij sloeg weer raak, nu ver buiten het bereik van zijn vader, die wat onverstaanbare geluiden uitbracht en het balletje achterna ging. De zoon verstopte zich breed glimlachend onder tafel, op zijn hurken, met het batje als steun.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites