In van die regen die je wel ziet maar niet hoort, keek ik gisteravond naar de oefenwedstrijd van ons eerste elftal. Op linksbuiten stond Shabir, het enige donkere jongetje dat ik in zes jaar trainerschap onder mijn hoede heb gehad. Een klein, mollig ventje toen hij overkwam van de E2 naar de D1, maar zeker op de eerste meters niet langzamer dan de rest. Bovendien iemand met een haarfijne techniek en rust aan de bal, altijd loerend op een mooie steekpass. Twee seizoenen later ging hij naar de C1. Slank, snel en nog behendiger dan hij al was. Het seizoen erop speelde hij bij een andere club op veel hoger niveau.

Shabir, onze Afghaanse baltovenaar noemden wij hem altijd, vluchtte op jonge leeftijd met zijn moeder en broers naar Nederland, nadat zijn vader – arts en burgemeester – was omgebracht. Althans, dat is het verhaal dat mij vaak is verteld. Of het helemaal waar is, had ik hem vorige maand kunnen vragen. We kwamen elkaar tegen in ons dorp, vlak bij mijn oude basisschool, rond een uur of één ‘s nachts. Hij kwam uit zijn werk en ik had die avond gedronken, ergens. Het was voor het eerst in jaren dat ik hem zag, ook al is hij nooit verhuisd. Zeker een half uur hebben we met elkaar staan praten, over de studie waar hij na de zomer mee ging beginnen, over het voetballen in de jeugdselecties bij hoofdklasser Quick Boys, over zijn keuze om in zijn eerste jaar bij de senioren meteen terug te gaan naar derdeklasser Valken ’68. Hij maakte zich zoals elke zomer wel een beetje druk of het hem lukte fit te blijven, maar veel zorgen maakte hij zich er ook niet over; de overtollige kilo’s was hij meestal na een paar weken voorbereiding kwijt.

Gisteravond was zijn eerste oefenwedstrijd. Afgezien van een schitterend afstandschot dat op de lat uiteenspatte, viel hij niet erg op. In zijn aannames en voortzetting, zijn rust aan de bal, herkende ik wel de magiër van vroeger, maar dan met nog meer beheersing. Hij is nog steeds niet erg lang en door zijn veel te grote shirt kon ik niet goed zien hoe fit hij uit de zomer is gekomen, maar aan zijn soepele manier van bewegen kon ik opmaken dat het niet lang zal duren voor hij topfit is, voor hij echt kan schitteren in het roodgeel. Of het nou in het eerste of in het tweede is.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites