Een tijd geleden las ik dit interview met schrijver Tommy Wieringa. Op de vraag waar hij een hekel aan heeft, antwoordt hij: (…) Daarnaast lijken veel romans die ik lees met grote haast geschreven. Dat is als er in het schrijven niet gezocht is naar het juiste woord, maar volstaan is met een omschrijving. Alles, echt álles heeft een naam. Luie schrijvers schrijven ‘een groepje bomen’ of ‘de vogel’, maar die zaken hebben allemaal namen. Het is een groepje elzen, wat daar staat. Een vink. Als die vink een hinderlijke nadruk krijgt kun je het over een vogel hebben, maar je moet je er wel voor jezelf van bewust zijn dat het een vink is. En een groepje elzen levert een totaal ander beeld op dan een groepje populieren. Dat is een heel andere boom. Zulke luiheid vind ik verachtelijk, dat onbewuste schrijven.

Deze passage is me bijgebleven. Vrijwel dagelijks – meestal op de fiets – denk ik eraan. Zeker het zinnetje Luie schrijvers schrijven ‘een groepje bomen’ heeft zich in mijn hoofd genesteld. Ik voel me er niet zozeer door aangesproken omdat ik iemand ben die zich aan dat ‘onbewuste schrijven’ kan bezondigen – wat zo is – maar vooral omdat hij me bewust maakt van mijn belangrijkste beperking, namelijk dat er zo veel is dat ik niet weet en niet kan benoemen. En dat ik bij het schrijven niet altijd goed inschat wat de lezer aan informatie nodig heeft, maar daar zullen de grootste schrijvers moeite mee hebben.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites