Na een kopje koffie op het terras aan de rotonde gingen we een broodje halen. Het was een uur of tien in de ochtend. We hadden geen haast en wachtten in zo’n echte boulangerie heel geduldig op onze beurt toen er een dronken stel, midden twintig, naast ons kwam staan. Ze stonken en zagen er onverzorgd uit. Bleke gezichten ook, rode vermoeidheidsvlekken op hun jukbeenderen. De vrouw had vettige haren en droeg een te groot en goedkoop leren jasje, met overal van die nutteloze ritsjes. De kerel had een groot oostblokhoofd en droeg een vale trui met rafels aan alle randen.

Niet zo naar ze kijken, zei mijn vrouw. Die gozer is eng.

Ik vond die vrouw enger, maar opgeteld waren ze dan als stel eng en ik probeerde niet ‘zo’ naar ze te kijken, maar dat lukte natuurlijk niet.

De vrouw zong zacht maar vals mee met het popliedje dat met licht gekraak uit een kleine box kwam, ze danste er wat wiebelig bij. Na dat liedje deed ze niets anders dan aan de kerel hangen, ze vroeg aandacht met kusjes in zijn nek en handstrelingen op zijn borst en rug. Hij reageerde nergens op. Soms brabbelde hij iets onverstaanbaars, maar al die tijd stond hij met de handen in zijn zakken wezenloos voor zich uit te staren, afwisselend naar posters aan de muur en naar de vitrine voor ons, met daarin allerlei zoete broodjes.

Nadat wij sandwiches hadden gekocht, gingen we op een muurtje aan de overkant van de straat zitten, tegenover de boulangerie. Even later kwam ook het dronken stel naar buiten. Knagend aan hun stokbrood sloften de twee over de stoep, haar vrije arm in de zijne gehaakt en ongeveer ter hoogte van het terras waar wij koffie hadden gedronken, stapten ze in een auto en draaiden rustig de weg op, naar de rotonde, waar ze de eerste afslag namen en uit beeld verdwenen.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites