NRC Next publiceerde op zaterdag 25 januari een opiniestuk van mijn hand, een pleidooi om buitenspel op recreatief niveau af te schaffen. Ja, een opiniestuk, ik zal er geen gewoonte van maken. Maar dit moest even.

Dit is bijna de hele tekst…

Na een korte winterstop is vorige week de voetbalcompetitie hervat. Het seizoen waarin onze voetbalbond de tijdstraf bij een gele kaart introduceerde in amateurduels. Wat we daar ook van vinden, de KNVB staat in ieder geval open voor veranderingen van de spelregels. En dat werd tijd.

Nu onze voetbalbond eindelijk zover is, laten we dan alsjeblieft zo snel mogelijk afscheid nemen van de losse flodder in het arsenaal aan spelregels: buitenspel. Wat een zege(n) zou dat zijn. Er is geen spelelement dat op alle velden zo veel onrust, onduidelijkheid en onsportief gedrag veroorzaakt; waarmee een discussie hierover direct relevant is binnen het thema voetbalgeweld.

Het probleem met dit misbaksel is om te beginnen de moeilijkheidsgraad van de waarneming. Wat kun je van amateurs verwachten als de professionals al jaren smeken om technische hulpmiddelen? Deze ruimte voor interpretatie leidt onmiskenbaar tot (de schijn van) partijdigheid, met alle gevolgen van dien.

Voor de leken: op het niveau van het gros van de amateurvoetballers worden de wedstrijden geleid door clubscheidsrechters. Hun twee extra paar ogen langs de lijn zijn doorgaans wisselspelers van beide teams. Niet bepaald de garantie van neutrale arbitrage. En dan druk ik me zacht uit.

Niet geschikt voor publicatie

Als ‘coach’ van ons vriendenteam moest ik laatst weer eens de vlag ter hand nemen (vanwege een tekort aan wisselspelers). We speelden thuis tegen een concurrent voor het kampioenschap, in de reserve zevende klasse, zeg maar gerust de bodem van het zaterdagamateurvoetbal. Vlak voor tijd, bij een gelijke stand, brak hun snelle spits door. Vanuit buitenspelpositie. Hooguit een meter, maar buitenspel is buitenspel. Dus ik met die vlag omhoog, waarop onze clubscheidsrechter floot.

Wat ik toen allemaal naar mijn hoofd geslingerd kreeg, is niet geschikt voor publicatie. Maar ik onderging de verwensingen gelaten, ik was er niet verontwaardigd over, ik begreep het wel. Hoe vaak heb ik dit in ruim twintig jaar zelf niet meegemaakt? En waarom kon de tegenstander vertrouwen op mijn eerlijkheid, op mijn objectiviteit? Bovendien, misschien hadden ze wel gelijk, niets menselijks is mij vreemd. Misschien zag ik het wel verkeerd, de pass kwam van ver.

Wist u trouwens dat (…)

De rest van het artikel lees je hier, voor slechts 10 cent!

..

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites