Van een afstandje zag ik ze op het plein staan, de mensen die we straks gingen condoleren. Een vroegtijdig, en daarmee ongemakkelijk, weerzien (na vele jaren) niet was onvermijdelijk. Nu stonden ze nog met hun rug naar ons toe, in afwachting van de achterop geraakte schoondochter met kinderwagen. Maar een snelle inschatting van de situatie leerde me dat er geen uitweg was; ongeveer op het moment dat wij rechtsaf sloegen richting de snackbar zouden zij zich omdraaien om hun weg naar de kerk te vervolgen. Het was ook te laat om rechtsomkeert te maken. Zeker met mijn broertje erbij. Zijn jeugdvriend zou hem meteen opmerken; door zijn lengte, zijn loopje, zijn houding. Dat mijn broertje zich niet bewust leek van de situatie, maakte plotseling omdraaien en teruglopen praktisch gezien bovendien onuitvoerbaar. Ik besloot me dus maar te bezinnen op de houding die ik me moest aanmeten, op dingen die ik zou kunnen zeggen, dingen die ik vooral niet moest zeggen. Tegelijk vroeg ik me af of ik de plichtplegingen in de kerk na deze ontmoeting kon laten schieten, want waarom twee keer condoleren? Ik dacht aan de tijd die ik kon besparen, aan het tv-programma dat ik eigenlijk graag wilde zien. Maar hoe zou het worden opgevat als ik het hierbij liet? Dan dachten ze misschien dat we elkaar toevallig waren tegengekomen en nooit van plan waren geweest naar de kerk te komen. Aan de andere kant, kon het als sensatiezucht worden opgevat als we opnieuw onze steun betuigden? Kortom, ik was weer lekker met mezelf bezig. Maar daar hield ik abrupt mee op toen de ontmoeting plaatsvond. Daarna haalden we onze bestelling op in de snackbar, aten zwijgend voor de televisie en wandelden naar de kerk, waar we net deden of we ze even daarvoor niet hadden gesproken.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites