Elk uur komt er meer duidelijkheid over de crash, over de slachtoffers. Inmiddels weten we ook iets meer over het kind dat levend is gevonden tussen de brokstukken, nee, broksplinters. Rond de lunch wist ik alleen maar van een kind, van acht of tien jaar. Tot het volgende nieuwsbericht dat ik hoorde, vormden zich de volgende zinnen in mijn hoofd, het begin van een roman die ik nooit zal schrijven.

Ik ben de enige overlevende van de vliegramp in Tripoli, Libië. Op woensdag 12 mei 2010. Vluchtnummer 8U771, Afriqiyah Airways. Die gegevens weet ik natuurlijk uit mijn hoofd, de afgelopen twintig jaar ben ik er ontelbaar vaak aan herinnerd. Van de crash zelf, en van wat er daarna gebeurde, herinner ik me niets. Ik weet nog dat de landing werd ingezet en dat ik bijna een boek uit had, welk boek ben ik vergeten. Mijn oren deden zeer en om mijn aandacht daarvan af te leiden, probeerde ik meer dan in de uren ervoor in de huid van de hoofdpersoon te kruipen. Ook zette ik mijn iPod zo hard mogelijk, ik voerde het volume op tot het niveau dat mijn nanny me aanstootte en me streng aankeek. De hele reis had ik niets tegen haar gezegd, ik was kwaad dat mijn ouders nog een week in Zuid-Afrika bleven en mij samen  met haar terug lieten vliegen, omdat school maandag weer begon. En dat terwijl mijn vader in juni weer die kant op zou vliegen, via zijn bedrijf had hij kaartjes voor alle groepswedstrijden van het Nederlands elftal. Waar ik me in het vliegtuig wel op verheugde, was dat ik die week bij mijn beste vriend mocht logeren. Bij zijn ouders mocht altijd alles, en je hoefde daar niet vlak na het eten naar bed. Op woensdagavond aten ze dikke pannenkoeken. Elke avond zaten zowel zijn vader als moeder aan tafel.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites