De renner demarreert uit het peloton. Het strakgespannen vel om zijn kuiten staat op knappen, net als de pezen en aderen vlak boven de enkels. Ze zien zijn rugnummer en vragen zich waarom hij niet wacht tot de sprint. Maar ze laten hem gaan en hij rijdt langzaam uit het zicht, verdwijnt in de zonnebloemen die samenkomen aan de horizon. De renners lachen. Rustig aan, die laat zich vanzelf terugzakken, de grappenmaker. Op hetzelfde tempo trappen ze door en ze krijgen tijdsverschillen door. Hoewel de voorsprong niet schrikbarend is, beginnen de sprinters en hun ploegmaten zich na een tijdje toch zorgen te maken. Ze gaan tempo maken en dat gaat goed. Ze gaan hem inhalen, ze voelen het, dit gaat te hard, veel te hard, zelfs voor de renner. Maar er komen geen nieuwe bordjes met tijdsverschillen. Ze blijven vaart maken, maar hij komt maar niet in zicht. Ze zweten nu niet alleen meer van de hitte. Ze verspelen krachten die ze in de aankomstplaats nodig zullen hebben. Hoeveel kilometer is het nog?

Houd voor het hele verhaal deze website in de gaten.

 

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites