Vijf keepers en de keeperstrainer namen de proef op de som. De keeperstrainer nam de vrije trappen en de keepers gingen om de beurt op goal staan. De andere vier vormden dan de muur. Er werden vrije trappen genomen in de gangbare en in de nieuwe situatie, van verschillende afstanden. Ik filmde. En ik zag dat het goed was, dat de theorie volledig opging. De proefpersonen beaamden dat. De twijfel sloop er pas een beetje in toen er twee jongemannen (die toevallig in de buurt waren) als teamgenoten van de keeperstrainer naast de muur gingen staan, in de korte hoek. Zij belemmerden ten eerste – op aanwijzing van de keeperstrainer – het uitzicht van de keeper en bovendien sprongen zij op het moment van schieten uit de muur, alsof er een granaat tussen ze in viel. Maar nog altijd stond de keeper dan in de goede hoek, en hij kon steeds op tijd reageren. Duidelijk werd vooral dat de kans heel groot is dat een van de twee spelers van de aanvallende partij bij een hard schot wordt geraakt… Goed, uiteindelijk gingen er in de gangbare situaties een paar vrije trappen tegen de touwen en in de nieuwe situatie geen één. Maar dat vind ik te makkelijk. En eerlijk is eerlijk, hoezeer de keeperstrainer echt een behoorlijke trap in zijn benen heeft, het wordt pas echt interessant als de vrijetrapspecialist van de selectie – die een bal niet alleen met veel gevoel kan plaatsen, maar ‘m ook kiezelhard van zijn slof kan laten komen -  de proef op de som neemt tegen de keeper van het eerste, die al heeft aangegeven deze theorie sowieso bij een oefenwedstrijd in de praktijk te willen brengen. Dan zullen we zien of het voor hem een eitje is om die bal gewoon kiezelhard in de kruising van de korte hoek te heuten, of met veel gevoel en snelheid in de lange hoek. Ergo: het experiment wordt vervolgd. En de camerabeelden volgen nog.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites