Voordat ik aanklop, blijf ik even door het glas kijken, naar mijn broertje, met zijn jongste dochter in de armen. Zij is in een dik kleed gewikkeld en hij houdt haar dicht bij zijn gezicht, schommelt zachtjes heen en weer. Achter hem staat een bed dat veel te kort voor hem is. Dat geeft niet, hij ligt toch altijd met z’n benen opgekruld.

Iets uitgebreider dan aan de telefoon vertelt hij hoe het zo is gekomen, waarom zij in dit ziekenhuis ligt en niet ergens dichter bij huis, waarom hij en zijn vrouw besloten hebben de vierde verjaardag van zijn zoon wel door te laten gaan, waarom hij hier vanavond blijft, en vannacht. Zijn stem is zacht, breekbaar bijna. Zijn dochter is erg kortademig en zaagt bij iedere ademhaling, soms zijn er belletjes spuug. Ze ligt daar maar in zijn armen, zo klein en weerloos. Af en toe gaan haar ogen open. Groot, blauw, helder, mooi. Nergens naar op zoek.

Mijn broertje gaat koffie voor me halen en hij geeft haar aan mij over, waarop zij het op een krijsen lijkt te willen zetten. Van mij hoeft dit ook allemaal niet, maar ik zeg tegen mijn broertje alleen maar dat ik niets in de koffie hoef. Ik krijg haar in mijn armen, voel haar warmte door de deken heen en bereid me voor op een huilbui, maar als haar hoofdje in de kom van mijn arm rust, gaat de mond weer dicht, verdwijnen de rimpels, ontspannen de vingertjes. Ineens ademt ze heel rustig en ik hoor haar bijna niet en blijf zo stil mogelijk zitten, durf amper te ademen. Nu pas zie ik hoe ze op mijn broertje lijkt. Daar is weer dat gezaag, of klinkt het nu meer als raspen? Ik kan het niet goed thuisbrengen.

Terug in de kamer legt hij haar in het bedje. Onder haar rompertje komen drie snoeren vandaan. Mijn broertje sluit ze ergens aan en dan zie ik golvende lijnen en verspringende getallen. Ik weet niet of het normaal is wat ik zie, maar op het gezicht van mijn broertje zie ik niets gebeuren wanneer hij naar het scherm kijkt. Hij stopt haar lekker in en ze ligt heel vredig te slapen, dat zagen of raspen hoor ik bijna niet meer. Op de vraag hoe hij hier verder zijn tijd doorbrengt, haalt hij uit zijn tas een stapel dvd’s en wat tijdschriften en puzzelboekjes. Hij vermaakt zich wel en belooft me te bellen als hij daar behoefte aan heeft. Hij kijkt naar zijn dochter, nagels schrapen over zijn donkere stoppelbaard. Mijn kleine broertje, ik wil hem hier niet zo achterlaten.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites