Ik had de wekker op mijn telefoon gezet, zodat ik niet weer in Rotterdam wakker zou worden. Toch durfde ik mijn ogen niet dicht te doen en ik probeerde naar het gesprek te luisteren van een groep jongens aan de andere kant van de coupé. Ik kon ze niet verstaan, maar hun stemmen kraakten en ze lachten veel en dat was genoeg om te dromen zonder in slaap te vallen.

Op Leiden Centraal stapte ik de trein uit en ik dacht aan de kilometers die ik nog moest fietsen. De vorige keer deed mijn gezicht pijn van de kou, kleefde mijn broek aan mijn benen en was ik misselijk van vermoeidheid. Maar nu was de nacht zacht en droog, kon ik een tijdje achter een brommer fietsen en dreven mijn gedachten erg ver weg.

Het was echt een goede nacht, want ik hoefde ook niet zoals vorige keer aan te bellen omdat ik mijn sleutels was vergeten, en het lukte me om zachtjes de trap op te gaan, om nergens tegenaan te stoten, niet te hard te ademen. Voor de zekerheid hield ik mijn adem in toen ik de slaapkamer inkwam, mijn kleren uittrok en naast haar ging liggen. Onder mijn deken ademde ik langzaam uit door mijn neus, zocht naar een goed ritme om te blijven ademen en bewoog niet. Ik hoorde haar draaien, halve woorden prevelen. Toen zij weer stil lag, met haar gezicht de andere kant op, snurkte ze, heel licht, en deed ik mijn ogen dicht.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites