Op de fiets naar huis verdween ik snel in het verhaal waarin ik wilde verdwijnen. Gedragen door de fantasie en de harde wind, schuin van achter, zou ik in een zucht thuis zijn en me niets van de fysieke tocht herinneren, zoals je in een droom van de ene naar de andere plek hopt. De lucide staat waarin ik verkeerde werd ruw verstoord door een blokkade in de vorm van een groene bak, die ineens languit over de volledige breedte van het fietspad lag. De resten helderheid in mijn hoofd stelden me kennelijk in staat in te schatten dat vol in de remmen gaan slechter voor me zou aflopen dan een botsing met de groene bak. Ik zette druk op de achterkant van mijn zadel, kneep zachtjes in de remmen, en liet het gebeuren. De doffe klap, het gekras van de schuivende bak, de stuit van mijn achterwiel. Aan de overkant van de straat was een vrouw gestopt met fietsen, voet op de stoep, hand voor de mond. Alsof ik dit soort botsingen dagelijks meemaakte, zette ik eerst mijn fiets tegen een huis en trok daarna heel kalm de bak op zijn rug terug de stoep op, naar de windstille hoek tussen twee huizen. Terug op de fiets probeerde ik weer het verhaal in te duiken, maar ik had al snel geen wind meer in de rug en lette nu teveel op de weg en alles om me heen. Het lukte me niet om die sprong in het diepe te maken die nodig was om de eendimensionale concentratie te doorbreken die elke fantasieflard nu aan stukken scheurde. Met de wind van opzij ontweek ik de rest van de fietstocht takken op de weg en harde puntbladeren in de lucht, anticiperend op rukwinden en alert op tegemoetkomende (brom)fietsers, die elk moment omver geblazen konden worden.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites