Ik stapte op een tafel in de voetbalkantine. De muziek ging uit. Iedereen stopte met praten en iedereen keek naar mij. Naar mijn foute skipak, naar mijn wit geschminkte hoofd. Zo hadden ze mij van huis naar de club laten fietsen en me de hele wedstrijd laten vlaggen, terwijl kleine kinderen mij de volle negentig minuten uitmaakten voor het vierletterige woord dat op mijn voorhoofd stond geschreven. Een woord dat ik hier niet vermeld, omdat ik er niet op gevonden wil worden via zoekmachines.

Na de wedstrijd moest ik voorovergebogen op de doellijn gaan staan. Ze mochten op mij schieten vanaf de penaltystip. Kontje blauw, noemen wij dat. Voor het eerst dit seizoen deed het me goed dat we zo laag voetballen, het waren mijn plaaggeesten die nu werden uitgelachen door omstanders. Eén bal vloog zelfs bijna over het vangnet achter het doel.

Na ruim vier uur hoorde ik op die tafel dat het allemaal voor niets was geweest. Ik werd gestraft voor mijn grote mond, ik had niet zo moeten laten blijken dat ik wel wist wanneer mijn vrijgezellenfeest zou zijn. Ik lachte en klapte mee om te laten zien dat ik de grap kon waarderen. Het was niet zo druk in de kantine als op andere zaterdagmiddagen, maar nog altijd druk genoeg om hier heel lang aan herinnerd te worden.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites