Ik heb vorige week voor het eerst in mijn leven een complete aflevering van Help, mijn man is klusser gekeken. Ik zapte erlangs en bleef hangen, ik kon niet stoppen met kijken, gefascineerd als ik was door de falende klusser in kwestie, Pascal, die op zijn werk werd opgehaald door presentator John Williams. Hij werd geflankeerd door twee collega’s, aan wie ik later in het programma nog moest denken.

Pascal had niets door toen hij John Williams zag, hij had niets door toen John Williams vragen stelde over klussen, hij had niets door toen John Williams zijn vragen specifiek richtte tot Pascal. En het allerergste, hij had niets door toen hij zichzelf hoorde zeggen dat hij ‘alles zelf deed’ en ‘tevreden’ was met de huidige situatie. We zouden later pas leren dat Pascal, met zijn zoetgevooisde Limburgse tongval, niet stond te liegen. Dat had er nog bij moeten komen.

De kijker had toen al kennisgemaakt met zijn vrouw, in hun compleet gestripte appartement. Daar woonden ze nu twee jaar tussen de rotzooi. Slapen deden ze op een soort eenpersoonsbedbank in de woonkamer. John Williams stelde de niet geheel overbodige vraag, zeker gezien het postuur van de vrouw, of ze met z’n tweeën op die slaapbank sliepen. Dat was het geval. Om te demonstreren dat er echt twee mensen op konden slapen, ging de vrouw samen met John Williams op de slaapbank liggen. Dat lukte inderdaad, mits ze allebei op hun zij gingen liggen, wat in het geval van de vrouw niet bijster veel uitmaakte.

Douchen was wel een probleem. Dat kon thuis niet. De vrouw douchte in de sportschool. Hoe vaak is dat? vroeg John Williams, wiens gezicht wellicht opzettelijk niet in beeld kwam bij het antwoord ‘drie keer.’ Een ongeloofwaardige frequentie, maar vragen naar haar eetpatroon deed John Williams niet, dus drie keer kan best kloppen. Al was het maar om het huis te ontlopen, om haar man te ontlopen.

Van de vrouw leerden we dat Pascal van kristal en porselein hield, daar kon hij met zijn moeder uren over kletsen. Jammer dat de moeder niet meer leefde, dat zou geweldige televisie hebben opgeleverd, een man van in de dertig keuvelend met zijn mamsie over de theekopjes waar ze uit drinken, met de pink omhoog. Het overlijden van de moeder was het emotionele haakje om sympathie te krijgen voor het hoofdpersonage. Maar dat lukte niet erg. Niet eens zozeer door zijn onkunde en gebrek aan inzet, Pascal vertoonde simpelweg te veel nare trekjes en te weinig zelfreflectie om mij als kijker voor hem te winnen. Dit soort programma’s staat weliswaar bekend om manipulatief montagewerk, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat niemand anders Pascal in een kwaad daglicht stelde dan Pascal zelf.

Medelijden had ik wel met hem. Geen medelijden vanwege de situatie en zijn onvermogen de situatie onder ogen te zien, laat staan er iets aan te doen. Het was vooral zijn kleuterachtige naïviteit die medelijden opwekte. Kenmerkende scène was die waarin Pascal voor het oog van de camera bij John Williams zijn beklag doet  over een van de vaklieden, om de kritiek even later in het bijzijn van die klusser glashard te ontkennen. Zelden vertoonde huichelachtigheid.

En toen moest ik denken aan zijn twee collega’s. Je zal elke dag met zo’n wegduikende, achterbakse lamzak moeten werken. Maar ik realiseerde me dat ik vooral blij voor zijn collega’s moest zijn, eindelijk kwam de ware aard van die zoetgevooisde naar-de mond-prater vol in het licht te staan, voor het oog van misschien wel een miljoen kijkers, waaronder ongetwijfeld hun baas. Ik kan me voorstellen dat de collega’s nooit eerder met zo veel plezier naar hun werk gingen dan de ochtend na de uitzending. Als Pascal zich tenminste niet had ziek gemeld.

Mocht hij daar überhaupt nog werken.

 

 

 

 

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites