De Paardenmarkt is donderdagnacht voorbij en zoals altijd zullen we de laatste uurtjes hossend doorbrengen in De Biertrom. We zullen springen en meezingen – drinken lukt bijna niet meer – en tegen elkaar roepen dat het geen jaar meer duurt tot de volgende Mart, al klopt dat dit keer niet, want pas over 368 dagen is de volgende. Al die laatste donderdagnachten zijn eigenlijk hetzelfde, maar ik herinner me één editie, waarbij iemand ineens besloot twee tafels tegen elkaar te schuiven en er met ontbloot bovenlijf overheen te glijden. In mum van tijd stonden er vijf of zes van die lange rechthoekige tafels tegen elkaar en gleed de een na de ander over de gladde baan.

Rillend van kou en opwinding stonden we achter elkaar te wachten op onze beurt, kinderen bij een lange en steile glijbaan, en na een korte aanloop kwakte je dan op de eerste tafel – benen gestrekt, armen gespreid voor het evenwicht – en onder luid gejuich en applaus gleed je over de door ketchup en mayonaise besmeurde tafels (die al nat waren van het bier), seconden van gewichtloosheid, spetters in je gezicht, om aan het einde opgevangen te worden, meteen de volgende aan te moedigen, terwijl je zelf weer achteraan sloot. Door de adrenaline had je geen last van die scherpe overgangen tussen de tafels die nooit perfect aansluiten en als je een keer voor het einde van de baan donderde, voelde je er ook niets van. Maar na een tijdje ging het een paar keer bijna echt verkeerd en toen besloot de uitbater in te grijpen (‘boeh-boeh’) en de tafels uit elkaar te trekken, maar hij had zich nog geen drie tellen omgedraaid of de eerste gleed alweer.  Zo ging dat een paar keer en de uitbater kon er ook wel om lachen, maar op een gegeven moment was het echt klaar en daar had iedereen ook wel vrede mee, om vervolgens helemaal smerig van de sauzen en nat van de modderige vloer de Biertrom te verlaten, naar huis, afgeranseld door de regen en de kou.

Het jaar erna sprak iedereen op woensdag al over het buikschuiven van morgennacht en die nacht zelf werd er zelfs een tijdstip vastgesteld.  Door er zo over te praten en het een traditie te noemen, ontnamen we onszelf de spontaniteit van het moment. Toen de uitbater zelf de tafels tegen elkaar zette en zeep op de tafels spoot in plaats van ketchup en mayonaise, wisten mijn vrienden en ik helemaal zeker dat het niets kon worden. We gleden slechts een paar keer en het gejuich en applaus werd steeds minder, bij iedere schuifpartij voelde je de scherpe overgangen in je huid snijden. En niemand viel verkeerd, zelfs niet bijna.

De jaren erop bleef het bij hossen en meezingen en tegen elkaar roepen dat het geen jaar meer duurt tot de volgende Mart. Misschien is er vanavond weer ruimte voor spontaniteit, voor ludieke smerigheid en kinderlijk vermaak.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites