Op oudejaarsdag stak ik ons kleine dorpsplein over om te gaan pinnen. Een loopje dat me somber stemde; het was een druilerige dag en dat plein is zo lelijk met al die grijze klinkers en dan was er nog het geknetter en geknal zonder kleuren, vanuit alle windrichtingen, hoog en laag in de lucht, dichtbij en ver weg. Mijn gemoedstoestand werd er niet beter op toen ik schuin achter me een groepje van drie pubers opmerkte. Handen in de zakken, voeten slepend over de grijze klinkers, petten met rechte kleppen half op hun vettige haar. Hun gezichten zo uitdrukkingsloos mogelijk. Want het is natuurlijk niet cool om plezier uit te stralen bij het afsteken en wegwerpen van strijkers, bij het horen van de knallen waar het je om te doen is. Echt cool is net doen of je het zelf allemaal niet door hebt en gewoon maar wat rondhangt. Chillt. Zoals het ook cool is om tijdens de kermis hele dagen in een botsauto door te brengen – alleen, met slechts een vingerkootje aan het stuur, knokkels van de vrije hand onder je kin – en net te doen of een knal je niets doet.

Tijdens het pinnen liepen de pubers achter me langs, uit beeld, in de richting van de begraafplaats waar mijn opa ligt. Een meter of honderd hiervandaan. En zo stond ik weer even aan het gat waar zijn kist op een oudejaarsdag lang geleden in zakte. Even was er weer die stilte aan de grond, van de mensen om me heen, en het geknetter en geknal in de lucht, zonder kleuren, vanuit alle windrichtingen, dichtbij en ver weg.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites