Ik ontving een sms van de kerel met wie ik de week ervoor had afgesproken om te gaan fietsen, om te gaan knallen. Ik weet niet meer hoe we die nacht op het onderwerp waren gekomen en ik weet niet meer wiens idee het was om samen te gaan fietsen, maar hij was het niet vergeten en hij kan heel hard fietsen. De rest telt niet.

In de sms kondigde hij aan de volgende ochtend om tien uur, samen met een andere getrainde fietser, een tochtje naar Hoek van Holland te gaan maken. ‘Das best een eindje’, voegde hij eraan toe. In die overbodige woorden schuilden onmiskenbaar het verlangen dat ik afwijzend op de uitnodiging zou reageren. Ik zou vanaf de eerste omwentelingen alleen maar kunnen aanklampen en al in de duinen tussen Katwijk en Wassenaar zouden ze me het liefst lossen. Halverwege een venijnig klimmetje zouden ze mij in verzuring en ademnood willen achterlaten, met een lege bidon in de houder. Maar daar zijn ze te aardig voor en daarom zouden ze mij al die kilometers op sleeptouw moeten nemen, helemaal naar Hoek van Holland en dan weer terug naar Katwijk. Het kotsen zou me nader staan dan het lachen en zij zouden nog jarenlang op feestjes vertellen hoe ik helemaal paars was aangelopen, op de terugweg zelfs werd ingehaald door kinderen met een helm, een jongen en meisje die achter hun opa en oma aan peddelden.

Gelukkig hoefde ik geen smoesjes te verzinnen, ik moest eind van de ochtend richting Amsterdam voor de oefenwedstrijd van het Nederlands elftal. Maar om te voorkomen dat ik in de toekomst alsnog een web van leugens moest spinnen, besloot ik in mijn bericht wel eerlijk toe te geven dat het mij niet zo praktisch leek om met twee van die cracks meteen zo’n afstand te fietsen. ‘Ik houd jullie dan alleen maar op’, sms’te ik.
Hij reageerde – binnen een paar minuten – heel begripvol en in hetzelfde bericht stelde hij voor snel weer een biertje te drinken.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites