Tegen half elf in de avond zette ik mijn auto in de eerste versnelling en trok ik de handrem los. Speciaal voor het verrichten van deze handelingen was ik naar buiten gegaan, nadat me in de warme woonkamer te binnen was geschoten dat de handrem vast kan vriezen. Uren eerder had ik me al voorgenomen af te wijken van mijn gewoonte de handrem aan te trekken, maar bij het parkeren was dat voornemen me alweer ontschoten.

In de auto leek het kouder dan buiten en met een bil op de stoel verrichte ik de voorgenomen handelingen. Van binnen leek mijn auto ingesneeuwd en nu ik hier toch was, kon ik die sneeuw net zo goed verwijderen, voordat het zou bevriezen en ik de volgende ochtend grof geweld moest gebruiken. Met een trekker schoof ik de sneeuw van de ruiten, op de grond, en voor een deel op mijn jas en broek. Op de voorruit lag al een korrelige ijslaag, te hardnekkig om met het rubber van de trekker weg te schrapen. Na twee uithalen met de krabber drong het tot me door hoeveel herrie ik maakte op dit late uur en hoe stil het om me heen was. En hoe belachelijk dit eruit moest zien, zo’n lulletje in trainingsbroek, dat voor het slapen gaan de voorbereiding treft voor een nieuwe werkdag, in het restlicht van een lantaarnpaal aan de overkant.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites