Twitterend liep ik de snackbar binnen en met mijn rug naar de spiegel wachtte ik op de bestelling die ik had doorgebeld. Klaar met het berichtje keek ik op en twee knullen aan een tafeltje draaiden hun hoofden weg, gniffelend, volgens mij. Maar ik ben tegenwoordig zo volwassen dat ik mezelf wijsmaakte dat het niet om mij ging en ik richtte me weer tot mijn iPhone, scrollde langs berichten van anderen, las tussendoor met lichte tevredenheid mijn twee eigen tweets, over dat ik bij de dokter was geweest en nu in de snackbar sta.

Na een paar minuten was de bestelling klaar. Bij de balie keek ik opzij, in de spiegel, en ik schrok, dacht aan de knullen die van me hadden wegkeken. Mijn muts zat binnenstebuiten. Boven op mijn hoofd stond het witte labeltje recht overeind, een kruispunt van vier dikke aflopende rafelnaden. Ik trok de muts van onderen van mijn hoofd af en dankzij deze techniek, in combinatie met de snelle beweging, zat de muts meteen goed en kon ik ‘m zo weer op mijn hoofd zetten.  Ondertussen keek ik om me heen of iemand me deze handeling zag verrichten; gênanter dan de fout zelf is wanneer mensen zien dat je de fout opmerkt en corrigeert. Dat inzicht deed me denken aan het interview van Arnon Grunberg met Wim Brands bij ‘Boeken’, ergens in oktober vorig jaar. Grunberg vertelde over hoe iemand hem, in een koffiehuis geloof ik, attent maakte op een toefje scheerschuim achter zijn oor. Hij schaamde zich, en vooral met terugwerkende kracht. Hij schaamde zich niet zozeer voor het toefje schuim, maar voor het feit dat hij een fout had begaan. Het idee dat hij de hele ochtend zo had rondgelopen en met diverse mensen had gesproken, kon hij op dat moment nauwelijks verdragen, laat staan van zichzelf accepteren. Het klonk me wat pathetisch in de oren, hoewel ik begreep wat hij wilde zeggen en waarom hij zijn gevoelens wat overdreef om duidelijk te maken wat hij wilde zeggen. Hij zei er zelf ook meteen bij dat het allemaal niet te zwaar moest worden opgevat, dat het slechts om een moment van pure schaamte ging (zoiets). Maar daar in de snackbar, op het moment dat ik mezelf in die spiegel zag, met boven op mijn hoofd dat witte labeltje en die dikke rafelnaden, drong het tot me door dat hij helemaal niet had overdreven. Niet heel erg.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites