Vertrekkende collega’s krijgen bij ons altijd een cadeau namens de medewerkers. Of meerdere cadeaus, dat ligt eraan hoeveel iedereen geeft, en hoeveel de cadeaus kosten. Omdat Paul mijn (enige) directe collega was, moest ik zijn afscheid regelen. Ik vroeg hem een verlanglijstje te maken en vertelde wat ongeveer het budget was, dat geheimzinnige gedoe altijd rond dit soort onzin.

Paul maakte een verlanglijstje. Hij wilde graag De Avonden hebben, ‘van Gerard Reve’ stond erachter, wat ik een beetje als een belediging opvatte. Tegelijk dacht ik: je bent een held. Jij krijgt De Avonden! Van Gerard Reve!

In de boekhandel hadden ze alleen het beeldverhaal. De roman was niet meer leverbaar.

‘Dat kan ik me niet voorstellen. Helemaal niet meer?’

‘Volgens de computer niet. Ik kan nog even…’

‘Laat maar.’ Ik kocht wat andere boeken die op het lijstje stonden en liep de boekhandel uit met het voornemen om hier nooit meer terug te komen.

Terug op kantoor, klampte ik de eerste collega aan die ik zag. Een jongedame, midden twintig, universitaire opleiding. ‘Moet je dit horen,’ zei ik. ‘Ze hadden De Avonden niet in de boekhandel, en het was ook niet leverbaar. De Avonden, niet leverbaar. Dat geloof je toch niet?’

‘De wat?’ zei ze.

Ik dacht dat ze me niet goed had verstaan, dat ik in mijn verontwaardigdheid te snel en onduidelijk had gesproken, dat gebeurt me wel vaker. ‘De Avonden,’ zei ik. En na een paar seconden van complete duisternis: ‘Van Gerard Reve.’

‘Sorry,’ zei ze. ‘Ik ben niet zo goed in namen.’

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites