Met mijn zonnebril op liep ik de kantine binnen. Het was rond elven en het overgeven stond me nader dan het lachen. Om te voorkomen dat er zure brokken omhoog zouden komen, ademde ik zoveel mogelijk uit door m’n neus. Aan de tafel waar we altijd verzamelen, deed ik de zonnebril even af. Het licht dat door die grote ramen aan de lange kant naar binnen viel, nam door het glas zo aan kracht toe dat ik er tranen van in mijn ogen kreeg. De zonnebril ging weer op, net toen de aanvoerder binnenkwam, een van de vrienden met wie ik gisteravond de voetbalwedstrijd had gekeken en tegen wie ik het daarna had opgenomen tijdens het NK Bylzen. Bylzen is een spel dat we zelf hebben verzonnen en waarmee we rijk gaan worden, maar we moeten een en ander nog juridisch dichttimmeren, dus de details houd ik voorlopig voor me.

Hij kwam hoofdschuddend aan de tafel staan. ‘Hoe laat heb jij het in godsnaam gemaakt vannacht?’

‘Viel wel mee,’ zei ik. Ik had geen idee hoe laat het was geworden en wie er vannacht in welke volgorde was vertrokken, maar hij blijkbaar eerder dan ik. ‘Hoezo?’

De vriend schoot in de lach. ‘Jezus, meen je dat nou?’

De vorige avond trok aan me voorbij. Mijn bloed was al niet meer schoon toen ik die avond bij de gastheer aanklopte. En binnen ging het meteen hard met de biertjes, vergelijkbaar met het hoge baltempo van onze nationale helden. Het werd 11-0, de uitslag die ik als enige had voorspeld en daar moest op gedronken worden. Ik was zo in de winnende stemming dat ik er niet bij stilstond dat behendigheid en concentratie de succesfactoren zijn waarmee je Nederlands Kampioen Bylzen wordt. Drank zorgt misschien dat je minder verkrampt op spannende momenten, tegen het gebrek aan concentratie is geen vaste arm opgewassen. In ieder geval niet bij Bylzen, zo bleek.

Vlak voordat ik naar de voetbal ging, keek ik nog even op mijn mail. Een vriend die er niet bij was geweest, vroeg wie er Nederlands kampioen Bylzen was geworden. Ik beantwoordde zijn mail, naar allen. Ik zette er nog bij dat ik mijn zelfverklaarde favorietenrol niet had kunnen waarmaken, dat ik roemloos ten onder was gegaan in de poulefase.

‘Die mail,’ zei de vriend, de aanvoerder, die gisteravond nuchter was gebleven en de finale had bereikt, dat wist ik nog wel.

Ik schoof mijn zonnebril omlaag en keek hem aan met een blik die om meer vroeg. Dat was tenminste de bedoeling.

‘Wat een lamzak ben je toch,’ ging hij verder en keek even van me weg. ‘ Ik heb gewonnen, gisteravond. Ik. Niet Martijn. Ik!’

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites