De oude man naast me neuriede, we stonden bij de tijdschriften. In zijn hoofd klonken vast heldere tonen, ik hoorde alleen maar een monotoon gezoem. Ik vroeg me af waarom hij neuriede. Er stond iemand pal naast hem en hij had geen koptelefoon op of oordopjes in, hierbinnen stond zelfs geen muziek aan. Los van de lage toon, het residu van wat zich in zijn hoofd afspeelde, was het stil. Dat hij zich simpelweg liet meeslepen door de melodie in zijn hoofd leek me geen valide argument voor zijn storende gedrag. Zeker niet omdat het om een normale man leek te gaan. Toen ik stopte met bladeren om een heel artikel te lezen, begon dat geneurie me pas echt te irriteren. Moest ik het mooi vinden? Deed hij me een plezier? Wilde hij een praatje maken? Was het een gedempte schreeuw om hulp, zoals dieven zich laten betrappen? Of was hij gewoon doof? Kunnen dove mensen hun eigen geneurie eigenlijk horen? Kunnen dove mensen eigenlijk wel neuriën? Vragen, vragen, vragen. Teveel om die man mee lastig te vallen. Ik schoof het tijdschrift terug tussen zijn soortgenoten en liep de winkel uit. Het geneurie zoemde nog een tijdje na tussen mijn oren, als een deuntje dat je maar niet uit je hoofd krijgt.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites