Veel te vroeg voor mijn afspraak ging ik op het Museumplein in het gras liggen. Jas opgerold in de nek, schoudertas onder de knie, hengsel om het been en ontspannen maar, in die lekkere zon. Maar ik was alleen, op een openbare plek waar ik niet vaak kom, en ik had veel moeite me echt te ontspannen, bang om het volgende moment ineens zonder tas en schoenen te zitten. Hoe onschuldig alles ook oogde – de gezinnetjes, de verliefde stelletjes, de groepjes schoolkinderen; allemaal netjes verspreid over het grasveld, alsof ze een plek toegewezen hadden gekregen – en hoe overzichtelijk alles ook was, ik bleef op mijn hoede; linkerhand bij ritssluiting van schoudertas, rechter aan broekzak van telefoon, voeten gekruist over elkaar, hengsel geklemd tussen de knieën. Geen vijf seconden kon ik mijn ogen dicht houden. Ik keek veel op mijn mobiel. Waakzaam of niet, ik schrok heel erg van het meisje, een jaar of drie, dat ineens voor me stond, haar hoofd voor de zon, en vroeg: Hoe heet jij? Ze wees naar me en vroeg nog een keer hoe ik heette. Zij kende ook iemand die Rick heette en begon aan een heel verhaal dat ik niet kon volgen, terwijl ik dacht aan mijn nichtje van drie dat ik te weinig zie. Het meisje voor me heette Janna en ze was hier met haar papa en zijn vriendin. Die zaten dáár. Zonder te kijken, wees ze half omgedraaid richting de zon. Niemand keek deze kant op. Het was nog tien minuten tot mijn afspraak en ik stond op, klopte gras van mijn broek en kondigde mijn vertrek aan. Een afspraak. Doe die andere Rick de groeten. Nog voor ik één stap had gezet, riep het meisje Da-hag! en rende ze terug naar waar ze vandaan kwam. Die mensen lagen op hun rug, hun gezichten omhoog, en ze bleven zo liggen toen Janna op haar knieën bij ze op het kleed ging zitten.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites