Het meisje op de roze fiets kwam van links. Slingerend verruilde ze een oprit voor het fietspad, ze sloeg zonder te kijken linksaf, richting haar vriendinnetjes die deze kant opfietsten. Alle meisjes zwaaiden en gilden naar elkaar. Het meisje op de roze fiets bleef midden op het fietspad slingeren, bibberen haast, maar toen ze het belletje en het gepiep van mijn remmen hoorde, week ze uit, naar rechts gelukkig. Toen ik voorbij peddelde en tegen haar zei: ‘Wel goed opletten hè!’, kon ze niet meer uitbrengen dan ‘O’. Ik voelde me een oude lul, zeker door de toon waarop ik het meisje had toegesproken, ik zei er nog net geen ‘klein meisje’ achteraan. Ik zette weer aan en vlak voor ik haar vriendinnetjes kruiste, kreeg ik een vlieg in mijn oog, die bleef plakken tussen mijn wimpers. Ik ging er met beide ogen van knipperen en zag even niets meer, vreesde een botsing met een van de meisjes, en daarna een schel stemmetje dat me toeriep: ‘Wel goed opletten hè!’, maar toen ik weer kon zien, waren de meisjes weg en lag voor mij het lege fietspad, de weg naar een huis zonder oprit.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites