In de boekhandel word mijn aandacht getrokken door de drie gezichten op de cover van het tijdschrift Hollands Diep. Een van de drie auteurs ken ik al jaren. Een van de andere twee heb ik enkele keren ontmoet; ik hoop dat hij de laatste ontmoeting vergeten is. We stonden in een kroeg en ik discussieerde met hem over politiek. Dat had ik niet moeten doen. Het was erg druk en lawaaierig en ik had erg veel gedronken. Ik verstond hem slecht en wat ik wel verstond vergat ik al snel. Na een tijdje vergat ik zelfs waar die hele discussie over ging. Maar ik bleef knikken en hem aankijken alsof zijn argumenten tot me doordrongen. Achteraf weet ik alleen dat ik voor de lol een standpunt had ingenomen waarvan ik zeker wist – door een gesprek van eerder op de avond – dat hij het er niet mee eens zou zijn. Maar helaas had ik een standpunt ingenomen waar ik niet goed mee uit de voeten kon. Het kleine vrouwtje naast ons vond dat ook: ze sloeg een paar keer tegen haar voorhoofd. En na een van zijn lange monologen zei ze ook nog tegen me: zo, en nu jij weer. Waarna ik begon te hakkelen. Job Cohen zou me erom uitgelachen hebben. Later die nacht zou ik in de trein in de slaap vallen, Leiden CS overslaan, in Rotterdam wakker worden en er thuis pas achterkomen dat ik geen huissleutel op zak had. Zo’n nacht was het.

Hier denk ik aan terwijl ik het tijdschrift koop en terugkeer naar kantoor. Ik loop langs het bord met al die partijposters en ik heb werkelijk geen idee op wie of wat ik vanavond moet gaan stemmen.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites