In het hoekpand tegenover de slager zat vroeger een soort Blokker. Die winkel is al vijftien jaar dicht en nooit is er iets anders voor in de plaats gekomen. De rolluiken zijn dicht, de achternaam van de eigenaar – die boven de winkel woont – staat nog altijd in grote witte blokletters op de groene gevel. Het verhaal gaat dat hij op een dag de deur van de winkel achter zich heeft dichtgesmeten en alles zo achterliet, planken vol met spul. Ergens in de jaren erna is hij ook nog gescheiden, misschien wel kort daarna, dat weet ik niet. Soms zie ik hem fietsen in het dorp en dan beeld ik me in hoe hij elke dag even naar beneden gaat, door de paden slentert, stof van vazen en koffiepotten blaast en zegt: ‘Prima spul’. En dat hij daarna op een krukje achter de balie gaat zitten, mijmerend de winkel overziet en in een vlaag van nostalgie overweegt de rolluiken op te trekken en de tent weer open te gooien. Misschien wil zijn ex-vrouw het ook nog eens te proberen. Dan tikt hij op de knop die de kassa doet openspringen. De ping. Dan de lege vakjes. Zijn kruk die eerst wiebelt en dan omvalt. Een doffe klap die hij niet hoort.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites