Het is deze week feest en daarom hangen aan de voorgevel van mijn huis sinds afgelopen zaterdag roodgele lampjes. Op precies dezelfde hoogte als bij mijn buurman Piet, met wie ik de lampjes heb opgehangen. Om dat te nuanceren: Piet – werkkleding en werkschoenen aan – ging de uitschuiftrap op om het lichtsnoer aan de haakjes te bevestigen en de lampjes in te draaien, en hij ging de trap af om deze weer te verplaatsen. Ik – zwembroek, teenslippers – gaf de lampjes aan en keek veel omhoog. Zo bewogen we ons van rechts naar links langs de voorkant van onze huizen, die een twee-onder-een-kapwoning vormen.

Na de lampjes hingen we ook nog slingers op, dat zou ik bijna vergeten. Daar kon ik niet bij helpen. Het enige wat ik deed was op een paar meter afstand gaan staan om te kijken of de slingers op gelijke hoogte hingen. Achter me, in de voortuin van de overbuurman, stond een roodgeel paard van hout (ik zeg het er maar even bij), recht voor zijn woonkamerraam. 

Na de slingers was het tijd voor de piek op de kerstboom; Piet stak de stok met daaraan een roodgele vlag  in de houder boven zijn voordeur, die van ons had hij er eerder al ingestoken. Eenmaal beneden schoof hij de trap in elkaar en we deden een paar stappen naar achter, stonden zo een tijdje naar onze gevels te kijken, met de handen in onze zij. De binnenkant van zijn vingers waren zwart door die trap. Ik durfde niet naar mijn eigen handen te kijken. We knikten tevreden naar elkaar, alsof we net de hele gevel hadden gevoegd, en Piet zei: “Die straatprijs kan ons niet meer ontgaan.” We lachten, spraken zogenaamd schande van de huizen die nog niet waren versierd en zagen allebei de ontzettende burgerlijkheid in van deze ochtend, maar ik had het oprecht naar mijn zin gehad en ik hoop maar dat dit ook zo op hem overkwam.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites