Om tien uur deden we het licht en de televisie uit. De volgende dag zou intensief worden en lang duren, tot diep in de nacht. En ik had ook nog slaap in te halen van de nacht ervoor. Mijn vrouw viel, zoals altijd, binnen enkele minuten in slaap en ik probeerde op haar ademhaling mee te liften. Er volgde uren van woelen en kussens herschikken. Het kussen waar mijn hoofd op lag draaide ik steeds vaker om, waardoor het na een tijdje niet meer verkoelend werkte. Er lag een boek voor het display van mijn klokradio, maar dat hielp niets – er was altijd nog die verdomde kerkklok om me te herinneren aan hoeveel uren mij nog restte. Rond een uur of twee was ik zo wanhopig dat ik voor het eerst in mijn leven schapen begon te tellen. Letterlijk. Schapen. Die ergens overheen springen. Een sloot, of een hek. Een voor een. Voorpoten ingetrokken, achterpoten gestrekt naar achteren. Alsof ze zo springen, alsof die beesten ├╝berhaupt kunnen springen. Het lukte me niet om ze netjes een voor een aan me voorbij te laten schieten,┬á ze volgden elkaar steeds sneller op, tot ik een kluwen van schapen zag, een meerkleurige wolk waar je met open ogen naar blijft kijken, terwijl de zon in je ogen schijnt. Het schapen tellen vereiste zo veel concentratie dat ik naar beneden moest gaan om weer het gevoel te krijgen dat ik echt moe was. Beneden kreeg ik het snel koud en toen ik weer in bed lag, duurde het even voor ik weer was opgewarmd, maar daar heb ik niets van meegekregen.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites