De drie jarigen lopen alle kamers langs om zakjes snoep uit te delen. Ze beginnen bij mij. Een van hen houdt een grote bak vast, ze moet er een beetje bij achterover leunen. ‘Speciaal genoeg?’ vraagt ze.

‘Ik weet natuurlijk nog niet wat er in die zakjes zit,’ zeg ik, en probeer te glimlachen. ‘Maar dit belooft veel goeds.’

Eerder die ochtend had ik mijn ongenoegen uitgesproken over het feit dat ze met z’n drieën gingen trakteren; tussen de eerste en de laatste geboortedag zit maar liefst twee weken. Ik was er speciaal voor naar de kamer van de collega schuin aan de overkant gelopen. Wilden ze soms goedkoper uit zijn? Ik deed net of ik een geintje maakte.

Ik krijg een zakje en trek er zonder te kijken iets uit. Zo’n toeter met een opgerolde strook papier. Het papier is oranje met witte sterretjes. Als ik op de rode tuut blaas, ontrolt het papier schuin de lucht in, maar er komt geen geluid uit. Ik probeer het geen tweede keer.

Voordat de drie collega’s rechtsomkeert maken, vraag ik of ze met de lunch op tafel gaan staan zodat wij ze kunnen toezingen. Dat lijkt ze een goed idee en lachend lopen ze de kamer uit. Kort daarop klinkt er uit andere kamers getoeter en mensen lachen alsof ze een goede mop hebben gehoord.

Het is een mooi zakje, lichtgroen geruit met donkergroene sterretjes in de vakjes. Van stevig materiaal ook, als van een vuilniszak, maar dan iets dunner. Aan het blauwe lint waarmee je het zakje dicht snoert, hangt een rond kartonnetje, met aan één zijde een groene ster in het midden.

Ik leeg het zakje op mijn bureau. Lollies, smarties en rozijnen. Twee cilinderachtige voorwerpen die lippenstift en (nog) een toeter moeten suggereren. Verder een in plastic gewikkelde schelp met groene vulling, van dat soort snoep hield ik vroeger al niet. Maar ik ben geen kind meer. Het valt mee hoe zoet dat groene spul is.

Op lollies, rozijnen en smarties ben ik altijd gek geweest. Lollies eet ik zo nu en dan nog wel, maar ik kan me niet herinneren wanneer ik voor het laatst rozijnen of smarties heb genomen, laat staan wanneer ik ze voor het laatst uit een kartonnen doosje in mijn mond kieperde. Om mezelf te plagen eet ik eerst twee van de lollies, daarna de fluit.

Als het tijd is om te lunchen, ben ik misselijk.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites