Onderweg naar het graf van mijn opa, waar ik namens mijn ouders een mand met plantjes moest neerzetten, zag ik een jonge vrouw met een groene gieter. Gebukt liep ze van de ene naar de andere kant van het graf en met veel zorg bewaterde ze planten en bloemen die ik door tussenliggende grafstenen en verhoogde zerken niet kon zien. Ik herkende de vrouw, maar wist even niet waarvan. Tot ik een paar meter verder was en de naam op de steen kon lezen.

In maart 2008 ging er schok door ons dorp bij het plotseling overlijden van een alom geliefde, jonge man (38) die lang in de selectie had gespeeld en bovendien zeer actief was binnen de plaatselijke voetbalvereniging. Ik herinner me hem als een hele vriendelijke en vrolijke kerel die met iedereen overweg kon, en die de tijd voor je nam. Zo interviewde ik hem in de zomer voor zijn overlijden voor de presentatiegids, die aan het begin van dat seizoen verscheen. Hun kinderen lagen al in bed en ik weet nog dat zijn vrouw ons koffie bracht en daarna bier, en dat het gezellig was. In het interview vertelde hij weinig moeite te hebben gehad met de overgang naar de lagere senioren. Misschien ook omdat hij meteen in zijn eerste jaar kampioen was geworden. Hij hoopte dat het komend seizoen opnieuw zou lukken om kampioen te worden.

Ik zette de mand voor de grote marmeren plaat waaronder mijn opa ligt en keek naar zijn naam en de jaartallen eronder. Maar al snel dwaalde mijn blik af naar de jonge vrouw. Schuin voor me, links, op een meter of twintig, dertig. De gieter stond inmiddels op de grond en zij zat op haar hurken voor de steen – elleboog op dij, vuist onder kin. Zo bleef ze zitten tot ik haar weer was gepasseerd en de begraafplaats had verlaten, op weg naar huis om met vrienden een voetbalwedstrijd te kijken die mij tijdens deze wandeling helemaal niets kon schelen.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites