Het hele stuk van Leiden CS naar mijn werk in Voorschoten zat ik alleen in de bus. Voor ons is het ook een beetje vakantie, zei de chauffeur, die zo vriendelijk was mij bij het stoplicht voor mijn werk af te zetten, zodat ik geen vijf minuten hoefde te lopen. Een uitstekend begin van de dag, zou je zeggen, maar de dag was niet bij Leiden CS begonnen.

Het gedoe begon bij het instappen van de bus vanuit mijn dorp naar Leiden CS. Op de chipkaart stond geen tegoed meer. De chauffeur was niet blij met me, maar betalen kon ook. Met een zucht keek hij op zijn horloge en legde toen een kaartje neer. Vier euro. Ik had maar twee euro vijftig in mijn portemonnee, wat mij toen ik van huis vertrok – en ik vermoedde dat deze situatie zich zou voordoen – genoeg leek voor een ritje naar Leiden CS. Aan mijn pinpas en creditcard had ik niets, maar we waren inmiddels aan het rijden en na wat gemopper over dat ik aan hem een goede had – ieder ander zou je nu laten lopen – zei hij ‘vooruit dan’ en stempelde een kaartje  van twee euro af, eigenlijk alleen bestemd voor haltes binnen de plaats zelf. Dat zijn er precies drie, met nog één te gaan, maar ik mocht tot CS blijven zitten, tussen mensen die alles hadden gehoord. Ik zag ook wat bekende gezichten.

Eenmaal bij de busstandplaats moest ik helemaal het station in – erg handig – om de chipkaart op te laden, bij de balie, misschien zodat die mensen ook iets te doen hebben, maar waardoor ik de aansluitende bus miste en een kwartier moest wachten. De loketbediende was niet blij met me toen ik de chipkaart te vroeg van de scanner weghaalde en ze was helemaal geïrriteerd toen ik bijna wegliep zonder de tien euro te betalen.

Maar vanaf het moment dat ik de lege bus kon instappen, met een krantje onder mijn arm en lege bankjes om me heen, verliep de reis gesmeerd.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites