Tot dat geschreeuw, die gil, tot de hekken omvielen en de open plekken op het plein volstroomden met paniekerige mensen, keek ik uit over de zeven tennisbanen waar iedereen stilstond op de baseline, met de armen over elkaar heen, met hun hoofd gebogen of juist met hun neus in de lucht.

Ik zat aan een salontafel in de kantine en nam het verstilde beeld in me op. Een van de klapdeuren stond open en ik hoorde helemaal niets. De vlaggen aan de rand het terras wapperden wel, maar de wind droeg het geluid de andere kant op, over de banen, de duinen in. Het idee dat het op alle tennisbanen, in alle kantines, in alle huiskamers, zo stil was, dat niemand iets zei en niemand bewoog, ontroerde me, al kon ik me niet voorstellen dat het overal echt zo was. Maar daar dacht ik niet te lang over na. De twee minuten waren bijna voorbij en daar baalde ik van. Ik nam me voor om straks tegen mijn tafelgenoot te zeggen dat het van mij nog wel even mocht duren, dat ze er voortaan vijf minuten stilte van moeten maken. Een uur. En toen begon het.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites