Voor een café op de hoek van de straat stonden drie Marokkanen van begin twintig met elkaar te praten. Met de gezichten naar elkaar toe, handen in de broekzakken, kinnen in de kragen van hun leren jassen – zonder bontkraag. Ik was vlakbij, maar kon ze niet horen, ook niet toen er twee begonnen te lachen om wat de derde zei. Wel hoorde ik andere, harde stemmen, vanuit de gracht die ik ging kruisen. Even later kregen die stemmen gezichten en liepen er vier van die kraagje-omhoog-types langs de Marokkanen. Kort erna passeerden ze mij en een van die ballo’s zei op bekakte toon tegen zijn maten dat de bontkraagjes zeker weer in de uitverkoop waren, en daar moest hij zelf erg om lachen.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites