Tijdens ons lunchommetje had collega E. een missie: 24 miljoen euro winnen. In de winkel had hij nog geen cijfers in zijn hoofd, maar als de pen eenmaal boven de hokjes zweefde, kwamen die cijfers vast vanzelf wel. Bij het wachten op onze beurt vroeg ik hem hoeveel euro’s hij ging verspillen. ‘Weet ik niet,’ antwoordde hij, ‘maar vergeleken met de miljoenen die ik ga verdienen, maakt dat niet uit.’

De grote man voor ons in de rij draaide zich langzaam om, hief zijn kin gewichtig omhoog en keek E. streng aan in die babyface van hem. ‘Dat heb jij helemaal niet verdiend,’ zei hij, elk woord duidelijk articulerend. Het gezicht van de man, een jaar zeventig, was geplooid door rimpels en groeven, ontsierd door gesprongen adertjes en ouderdomsvlekjes; wat men noemt een getekend gezicht.

Lachend zei ik dat de man een punt had, en hoopte iets in zijn verjaarde gezicht te zien gebeuren. Maar hij reageerde niet en draaide zich net zo langzaam als daarnet weer om. Collega E. fluisterde: ‘Dit doet echt een beetje pijn,’ en tijdens het vervolg van dit ommetje zou hij voortdurend, met oprechte verontwaardiging, op de woorden van die man terugkomen.

Eenmaal aan de beurt om aanspraak te maken op de jackpot somde ik zonder aankondigen, aarzelen en ademen zes cijfers op, alsof ik ze aan een slinger voor me zag, hangend aan feestballonnetjes. E. kruiste de hokjes aan zonder iets te zeggen en ik eiste een miljoen op voor het geval dat. Hij stemde ermee in en ik vroeg het baliemeisje of zij dit had gehoord en eventueel wilde getuigen. Ze glimlachte. ‘Prima, voor honderdduizend euro.’

‘Scherp,’ zei E. ‘Heel scherp.’

‘Honderdduizend maar,’ zei ik. ‘Daar kom je goed mee weg.’

‘Ik? Dat gaat van jouw winstdeling af hoor. Ze getuigt toch voor jou!’

‘O ja.’

‘Maar vooruit, voor 24 miljoen doe ik niet moeilijk.’

Enige voorwaarde was wel dat de getuige ook een intellectuele bijdrage aan het spel zou leveren. Dat deed ze. Zonder enige aarzeling zei het meisje ‘4’ en ‘16’ en ‘92’.

‘Dat kan niet,’ zei mijn collega. ‘Hoger dan 45 kan niet.’

‘Dan een 9 en een 2.’

Hij kruiste de hokjes aan en keek even van zijn blaadje op toen zij bij de volgende twee cijfers weer onder de tien bleef. Maar E. kruiste ook deze hokjes zonder morren aan, alsof hij er niet zelf voor betaalde.

‘Jij verdient die miljoenen inderdaad niet,’ zei ik toen we weer buiten stonden en onze wandeling vervolgde. ‘Je bent nog te lui om zelf cijfers te verzinnen.’

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites