Onderweg naar de tennishal ging Radio 1 aan, om nog een minuut of tien Kunststof mee te pikken. Een man met een mooie, rustige stem las een gedicht aan me voor. Een lang vers, dat de hele rit duurde en waar ik na het parkeren naar bleef luisteren tot het was afgelopen, ook al was ik aan de late kant. De warme stem, de rijke taal, de zinnenprikkelende beelden, de levenslust, de lente; ik wilde dit gevoel niet loslaten en luisterde goed, liet me helemaal meevoeren en toen ik uitstapte, met de tennistas over mijn schouder, was ik ervan overtuigd dat ik grote delen van dit lentelied later zou kunnen reproduceren, maar terwijl ik dit schrijf kan ik me niet veel meer herinneren dan de zakken vol zaad en het opengestulpte kutje en dat doet me pijn, op zoveel manieren, maar die sfeer van dat lange vers, die kan ik meteen oproepen, voelen. In deze gemoedstoestand zal ik proberen te komen als ik mezelf dit voorjaar, op het gravel, weer eens druk sta te maken om mijn eigen onkunde. Niet om mijn slechte spel te bagatelliseren en me neer te leggen bij een nederlaag, dat nooit, maar juist om tot grote hoogte te stijgen, om vol vreugde en energie het tij te keren en voldaan van de baan te stappen.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites