Om me heen zag ik niemand die de oorlog bewust heeft meegemaakt. Alleen het omaatje in de rolstoel, aan de andere kant van de straat. Met twee handen, vlak naast elkaar, hield ze het kleedje vast dat over haar benen lag. Ze had een warme jas aan.

Twee vrouwen, waarschijnlijk kleindochters, flankeerden haar. Zij zwaaiden met vlaggetjes naar mannen en vrouwen in de legervoertuigen. Het omaatje had geen vlaggetje en ze zwaaide niet. Als er vanuit een van de voertuigen gericht naar haar werd gezwaaid, stak ze soms haar hand even op, maar meer niet. Telkens als er een truck of jeep of tank was gepasseerd, boog ze wat voorover en met een hand boven haar bril keek ze dan naar het einde van de straat, waar nieuwe wagens opdoemden. Bij het verschijnen van de veteranen, stootte ze haar kleindochters aan. Ze hoefde niets te zeggen. De vrouwen hielpen haar overeind en ze begon al te zwaaien, met twee handen, toen de veteranen haar nog niet eens hadden opgemerkt. Het kleedje lag op de grond.

Deel via social media:
  • Twitter
  • Hyves
  • Facebook
  • NuJIJ
  • LinkedIn
  • del.icio.us
  • Google Bookmarks
  • Print
  • PDF
  • Add to favorites